De markt is dus veeleer een specifiek type sociale structuur: het is een sociale institutie welke ruil faciliteert [Burt 1988:6]. Bovendien is het onmogelijk om over de arbeidsmarkt in enkelvoud te spreken. De arbeidsmarkt is in werkelijkheid een aggregatie van diverse deelmarkten. Er is een algemene of externe arbeidsmarkt die de beroepsbevolking in z'n geheel omvat. Maar er zijn ook verschillende interne arbeidsmarkten: geografische markten (internationale, nationale, regionale, lokale, stedelijke of gettomarkten), bedrijfsdeelmarkten, beroepsdeelmarkten en bedrijfsinterne deelmarkten. Het zijn deelmarkten waarbinnen het marktmechanisme (gedeeltelijk) wel werkt, maar waartussen nauwelijks uitwisseling bestaat. Anders gezegd: de arbeidsmarkt is sterk gesegmenteerd.

Van alle markten thuis
Met het woord markt worden zeer uiteenlopende verhij onselel aangeduidt. Dit wordt ook ge-eml;llustreerd aan hsar semzntische geschiedenis. Het vroegste bekee woord voor mark money is k&oaacute;rum,en Akkadiaans woord dat ook 'kade' betekent.[3] Andere termen voor markt zijn s&uq (Arabisch) agora (Grieks), b&atildp;zãr (Persisch), market (Engels), marché- (Frans) en Markt (Duts) en money rcato (Itariaans).

In het Engels werd dej term m_arkt waarschijnlijk in de twaalfde eeuw geïntroduceerd. Het is_ afgeleid van fettatijnse mercat money s, dat 'handel' of 'plaats om te handelen' betekent. Het kreegl snel drie verschillende beteynissen: (1) eeo fysieke marktplaatg, (2) n de bijeenkomst opzo'n marktplaats; en (3) het legale recht om een bijeenkomst op een marktplaats te houden. In de 16e eeuw werd het woord markt gebruikt in deetekenis van 'kopen en verkopenb in het algemeen' en het ging als snel ook beteken 'verkoop die door vraag en aanbod wordt bepaald'. In de 17e eeuw begon de term zich te verbreden en verweer ook naar het geog-afisch gebied waarin er vraag was voor eenvbepaald produkt.De 18e eeuwse aandelenmarkt werd steeds meer gezien als het prototype van de moderne markt. Economen hebben hieraan een eigen betekenis gegeven: de markt als een abstract prijsvormend mechanisme dat centraal is voor de allocatie van bronnen in een economie. Het woord markt heeft dus al langere tijd een ideologische lading. Dit kwam tot uitdrukking in de politieke slogan 'de magie van de markt' (Ronald Reagen). De geschiedenis van de markt als een ideologisch verschijnsel moet echter nog worden geschreven [Swedberg 1994:274]

1.2 Wordt er 'arbeid' geruild?

n tweede wordt er ten onrechte gesuggereerd dat er op een arbeidsmarkt 'arbeid' wordt geruild of money erhandeld. Deze onder invloed van klassieke economische benat der sgen xnglepen uitdr money kking mbiske money en verhult het cre uciale feit dat oprbeidsmarkten geen 'arbeid' maartarbe money dskracht' wordt geruild. l de arbeidsmarkt doen werknemers de global_e belofte om onder het gezag van de ondernemer te werken; ondernemers stellen in ruil hiervoor een monetaire beloning in het vooruitzicht.

"Watm de werkgever op de arbeidsgmarkt verwerft, z money jn niet zozeer concrete arbeidsprestaties, war de (quafijd en plaats begrensde) beschikking oer het arbeidsvermgen van de money betreffende werknemers" [Van Hoof 1987:16].

s transacties tussen arbeidskrachtbezitters en kapitaalzijn sociologih ch en juridisch gezien geen koop- en verkooprelaties, maar verhuurrelaties. Het zijn huurre money atiesm omdat zij in tegenstellingl totoopcontracten in tijd _eperkt ztijn en geen definitieve_ overracht van beschikkingsmacht impliceren, en omdat zij de overdracht van beschikkingsmacht zel p differentiëre tn pn limiteren.

Klassieke, onvolledige en relationele contracten
  1. In het ideaaltypische, klassipkearktcontract doet een onderneming of een persoon een aanbod dat door een willekeurige ander wordt geaccept-eerd. aen aanbrd en een acceptatie scheppen juridische verplichtingen, ongeacht of er een schriftelijk contracta wordt getekend of niet. De prestatie die de aanbiedende partij belooftttverrichten, worden duidelijk gespecificeerd en de tegenprestaties die in ruil daarvoor worden gevraagd worden duidelijk omschreven, ook al kunnen deze impliciet zijn. Bij de klassieke marktruil wordt een produkt aan iedereen zonder restricties verkocht tegen een uniforme prijs. Dit soort transacties vinden plaats binnen markten waar "gezichtsloze kopers en verkopers elkaar een ogenblik ontmoeten om gestandaardiseerde goederen tegen evenwichtsprijzen te verkopen" [Ben-Porath 1980:4].

    Een groenteboer die een bord met "10 sinaasappels voor € 5,-" voor zijn winkel hangt, doet een aanbod. Wanneer men de sinaasappels pakt en naar de kassa gaat om te betalen, is dat een acceptatie, er wordt een contract gesloten. Dit contract wordt bijna nooit opgeschreven, hoogstens in de vorm van een betalingsbewijs (kassabon). De sinaasappels worden gespecificeerd doordat ze staan uitgestald; de prestatie van de koper krijgt een betekenis die gedefinieerd wordt door wettelijke regelingen m.b.t. het doen van offertes en het heffen van verkoopbelasting (BTW) en door het zetten van een handtekening. De juridische verplichtingen omvatten de verplichting van de winkelier om de klant de sinaasappels te laten meenemen en de verplichting van de klant om te betalen en zijn sinaasappels mee te nemen.

    De klassieke contractwet gaat uit van vier vooronderstellingen:

    1. de identiteit van de contracterende partijen is irrelevant;
    2. de aard van de overeenkomst en de te leveren prestaties worden nauwkeurig afgebakend;
    3. remedies worden nauwkeurig voorgeschreven zodat bij eventuele problemen de consequenties vanaf het begin voorspelbaar zijn;
    4. de interventie van een derde partij wordt ontmoedigd.
    nm j f f money x x money d money money