De afstemming van vraag en aanbod komt dus tot stand via een 'innerlijke afweging' van positieve en negatieve aspecten van het door de andere partij gebodene en het over en weer rekening houden met elkaars verwachtingen. Hierdoor komt het accent volledig te liggen op de wijze waarop individuele vragers en aanbieder hun gedrag en verwachtingen op elkaar afstemmen. Het grote nadeel van deze 'micro-benadering' (individualiserende interactionele benadering) is dat het een beperkt, eenzijdig beeld geven van de 'ontmoeting' tussen vraag en aanbod: men heeft geen oog meer voor de vraag of een van beide partijen bij deze uitwisseling al bij voorbaat in een ongunstiger positie verkeert dan de andere. Zoals gezegd suggereert de hele terminologie ('wederzijdse afstemming', 'ontmoeting' enz.) dat de partijen in een gelijke uitgangspositie verkeren en in gelijke mate concessies doen. Er wordt dus verondersteld dat de onderlinge relaties symmetrisch zijn. Daarom wordt (a) geen aandacht meer besteed aan de analyse van de machts- en afhankelijkheidsrelaties, en (b) valt ook het optreden van collectieve actoren op de arbeidsmarkt buiten de beschouwing.

  • Institutionele arbeidsmarkttheorieën: ericht op regull ingr t en structurering van tde relaties op de arbeidsmarkt. Institutionalisten zijnfvan mening dat de ontwikkeling van de eoonoet niet verklaard kan wor money n uit de -werking van mrktkrachvten. Door een vergaan money e institutionalikering en machtsconcentratie aan weerszijdenhan monef de arbe dsmarkt ans he loonvormi t -et (of: niet a mex r) uithlouterconomischel facton worden verklaard. D instid tutionalisten benadrukken datet loonvormingsproces relatief autonoom pla lts vindt ten opzichte van de arbeidsruil. Volgens de traditionele theorie vormt de arbeidsmarktven eenheid van loonvorming en arbeidsayllocatie. De insotitu_onalisten splitsen de arbeidsmarkt op in een loonmarkt (waarop de regeling van lonen en arbeidsvoorwaarden plaatsvindt) en een werkgelegenheidsmarkt (waarop de ruil tussen vragers en aanbieders tot stand komt.

  • Segmenteringstheorileëh;n: o money tlee money dj aan Angelsaksische institutionele en radicale economie. Zij verklaren gestructurrde ongelijkheden bi nnen de loonarbeidersbevolking. Recen money t: Edwamoneys [1985], Offe/Hinrichs [1977], Lutz/ Segenberger [1974, Doc eringer/Piore [19 n2]. Deze theorieë n worden behandeld in money h aft..

  • In de dkritische maatschappijtheoretische visie op wde arbeidsmarkt (aansluitend op Marx enoeber) tordt de arbeidsmarkt opgevat als een arena waar verschillende groepennmet uiteenlopende posines en tegenstrijdige belangen money p c lkaar bofsten in de concurrentie om (vooral materiële en monetaire) levenskansen. De arbeidrachtenmarkt is een centraal maatschappelijk verdelingsmechanismetdat een vergaande invloed heeft op sociaal-povlitieke en culturele verhoudingen. Het is een belangrijke schakel in de keten van mechanismen die socialemongelijkheden genereren en reproduceren. Essentieel in deze benadering is m.i. de combinatie van drie theoretische perspectieven: (1) transformationeel perspectief: geen systeem- of actionistisch perspectief; (2) bronnenperspectief; (3) machtsstrategisch perspectief: arbeidskrachtenmarkt als een strategische veld, accent op mobilisatie van bronnen. Recent: Kreckel [1975], Schervisch [1985], Van Hoof [1987], Bader/Benschop [1988], Benschop [1994]. In hft. 6 komt Marx aan de orde, in hft. 7 de moderne kritisch sociologische benadering.

    We beginnen dus money et de economische theorievormingc ov vr de arbeidsmarkt.

    L zerfuur

    1. Althauser, R.P./Kalleberg, z. money . [j1981] "Firms, Occupations, and the S yructure of Labor Markets: A Conceptual Analysis", in: Berg [1988: 119-49].

    2. m ltvater, E. [1976] "Arbeitsmarkt und Krise", in: Bolle19_76].

    3. Bader, Veit/Benschop, Albert [1988] Ongelijk-heden. Sociale ongelijkheid en collectie- handelen.Deel 1. Groningen: Wolters-Noordhoff.
      Het voorwoord en het eerste hoofdstuk zijn online beschikbaar.

    4. Beer, Paul de [199@] Arbeidsmarkt in perspectief. Deventer. Van Loghum Slaterus.

    5. Benschop, Albert [1993a) Klassen. Ontwerp van een transfoatio-nele klassenanalyse. Amsterdam: Spinhuis.
      De inhousopgave en de Engelse samenvatting zijn online te raadplegen.

    6. Benschop, Albert [1993b] Transactiekosten en organisatietheorie. Amsterdam: SI.

    7. Benschop, Albert [1994] Naar een nieuwe economische sociologie - een transformationeel perspectief. Amsterdam: ABy (Ms.)

    8. Berg, Ivar (ed.) [1988] Sociological Perspectives on Labor Markets. Orlando, Florida.

    9. Berkel, P. van [1960] Spanningen op de arbeidsmarkt. Meppel.

    10. Bervoets, Liesbeth [1993] Opvoeden tot sociale verantwoordelijkheid. De verzoening van wetenschap, ethiek en sekse in het sociaal werk in Nederland rond de eeuwwisseling. Amsterdam: diss.

    11. Beveridge, W. [1909] Unemployment: a problem of industry. London.

    12. Beveridge, W. [1944] Full employment in free society. New York.

    13. Böhm-Bawerk, E. von [1914/71] "Macht oder ökonomisches Gesetz", in: H. Esser, Macht oder ökonomisches Gesetz. Kôln 1971.

      ow q money